Zoeken

Reizen: per Caponord naar Rome

Arena

11 augustus 2014
We gaan al jaren naar Italië. Mooiste land van de wereld, roep ik altijd. Heel vroeger eens per BMW R75/6 gedaan, later alleen met de auto, vaak met caravan. Of nu en dan met het vliegtuig. Onze jongste zoon had het al eens vaker gevraagd. Hij schafte zich vorig jaar een Honda 600 CBF aan en wilde heel graag eens een lange trip maken. ‘Zullen we…?’ Goed voor de ervaring voor zo’n jongen en mits een tikje voorbereid een prachtige reis. Bij Piaggio in Breda waren ze zo goed me een Aprilia Caponord 1200 te lenen. Op de Noordkaap was ik al een paar keer geweest. Met de auto. Mooie reis erheen, maar aan die saaie kouwe kaap zelf heb ik nooit plezier beleefd. Aan bella Italia des te meer.
Inhoudsopgave
Reizen: per Caponord naar Rome
Alle wegen leiden naar Rome
Arena
Scheef en krom

Italië per Caponord
Nee, dit is niet het Colosseum in Rome, maar de indrukwekkende Arena - een antiek Romeins Amfitheater - in Verona

Om een uur of negen staan we vrijdagmorgen weer klaar voor een rit via Trento en Rovereto naar Verona. Koffie in het centrum, even naar de imposante Arena kijken. We rijden dwars door voetgangersgebied, maar er is geen uniform dat er wat van zegt. De Aprilia verlangt veel gebruik van koppeling in de drukke stad. Want door de lange lage versnellingen en het motorkarakter wil de dikke tweepitter nogal bokken bij slakkengang en lage toeren. De Arena, het Arena van Verona" Romeinse amfitheater uit de 1e eeuw na Chr. staat aan de Piazza Bra. Overigens op twee na grootste antieke amfitheater ter wereld: alleen het Colosseum in Rome en het amfitheater in Capua zijn groter. Er kunnen 20.000 mensen in voor het beroemde jaarlijkse operafestival. Verona met zijn talloze bruggen was voor de Romeinen een uitvalsbasis voor hun veldtochten naar het noorden en je ziet er nog steeds de meeste bouwwerken uit die periode. Na die in Rome dan. Mooi is de ponte Pietra, eItalië per CaponordHet beeld van Julia op de binnenplaats van het Casa di Giulietta in Verona heeft een opvallend blinkende rechterborsten Romeinse brug, ook al uit de eerste eeuw voor Chr. Verona ligt niet zo heel erg ver van Noala, waar Aprilia gevestigd is. Het merk bestaat in 2018 50 jaar en ontleent zijn naam aan een model van zieltogend autofabrikant Lancia. Het nam indertijd het stoere Laverda en Motor Guzzi over, om zelf later weer in handen te vallen van Piaggio.

Voor de romantici onder ons: aan het Casa di Giulietta aan de Via Cappello in Verona hangt het balkon uit Shakespeares Romeo en Julia. Het bronzen beeld van de vrouw op de binnenplaats heeft een uitzonderlijk blinkende rechterborst. Wie die borst in handen neemt zal geluk in de liefde kennen. En wie wil dat nou niet?

Prototypes

Tegen de middag rijden we onder het Gardameer langs via de SS12 langs Nogara, Ostiglia en Mirándola over een nogal eentonige route om Modena heen. ‘Ligt hier in de buurt niet Maranello?’, vraagt zoon Peter via de helm. Dus even langs de grote poort van Ferrari. Waar een vrouwelijke portier ons sommeert te vertrekken, want we blokkeren de uitgaande rode post. Als we onze weg vervolgen zien we nog een stuk of drie met pastic folie beplakte Ferrari’s over de weg scheuren. Prototypes wellicht, al meen ik ook een California Turbo te herkennen. In Querciagrossa bij Pavullo staat de Bottega del Buongustaio er uitnodigend bij en daar eten we wat. Italiaanse motormuizen liggen er in een hangmat. Even later weten we waarom. Want op weg naar Lucca ligt de Passo dell’ Abetone op 1.388 meter hoogte, werkelijk een van de boeiendste die we die dagen meemaken. Een paar honderd scherpe en flauwe bochten moet hij tellen. Aan de andere kant van de Apennijnen komen we in Lucca, waar we ongegeneerd de Piazza Miguele op ploffen. We verbazen ons nog niet eens over de verwonderde blikken van de drommen voetgangers en de artiest, die door het doffe getokkel van de tweecilinder Aprilia maar even ophoudt met zijn gitaarspel. Een man vraagt, waar we naar op zoek zijn, want officieel mogen we hier echt niet rijden. MItalië per Caponord
Maranello, waar het succesverhaal van Ferrari zetelt
Italië per Caponord
Hoog tijd voor een lekkere stop bij de Bottega del Buongustaio bij Querciagrossa, waar veel Italiaanse motards neerstrijken en waar je test-Ferrari’s ziet langsrazen
aar dit is Italië, dus als het kan gebeurt het. Het loopt tegen vijven en de behulpzame man loopt druk pratend mee naar de aanpalende Via Cenami, terwijl mijn zoon bij de motoren blijft waken. Aan de Piazza Bernardini in hartje Lucca komen we terecht in de keurige B&B Al Tuscany, aanleunend tegen de kerk van San Miguele. Onze kamer bereiken we via een trappenhuis. Het historische pand is net gerestaureerd. En wat je betaalt moet je zelf weten. Althans, onderhandelen is duidelijk gewenst. De waard vraagt er bijna om. We parkeren de motoren in de buitenlucht, vlakbij bij een bureau waar Carabinieri hun uniform staan te showen. In Gli Orti di via Elisa eten we pizza en spaghetti aglio, olio e pepperoncino.

Bij bar Turandot kijken we die avond op een enorme tv buiten naar een slappe voetbalwedstrijd om het wereldkampioenschap tussen Duitsland en Frankrijk. Wat een angsthazen, die Fransen. Ook de uitbater van de B&B komt even een biertje mee drinken. Want hij had vroeger ook een motor. Een Ducati 100. Een ober brengt pinda’s bij onze biertjes, die per stuk 5 euro kosten. Ach, wat kan ’t schelen, we zijn in Lucca. Hier ademt de sfeer van het antieke forum van een stad, die vroeger aan het kruispunt van de drie Heerweg heerbanen Via_Cassia, Via_Aurelia en Via Claudia lag. Uiterst belangrijk dus voor de Romeinen en ook voor Julius Caesar, die hier tal van belangrijke bijeenkomsten bezocht. De stad werd ooit door de Etrusken  gesticht en is compleet ommuurd. Zes grote toegangspoorten bieden openingen. Je kunt er over de muur wandelen. De Via Elisa waar we eten herinnert aan de zus van Napoleon, die haar in 1805 aanstelde als controleur. Want Elisa moest toch ook een baantje hebben. 

Een Germaanse wildebras hield er huis, maar Lucca bleef belangrijk: het werd de hoofdstad van de provincie Tuscia, het latere Toscane. Je hebt er het Piazza dell'Anfiteatro, en het centrale plein heet Piazza Napoleone ofwel Piazza Grande. Ooit stond er het gigantische Fortezza Augusta, een fort dat een vijfde van het oppervlak van de stad besloeg.. Net als Volterra en San Gimignano is Lucca rijk aan torentjes. Ooit waren het er 130. Het zijn er nu nog maar een paar. Ook het antieke aquaduct is er nog, al is het niet meer in gebruik. De autostrada naar Florence heeft er een gat in geslagen. We hebben het niet gedaan, maar je kunt in Lucca ook het geboortehuis van componist Puccini nabij de Piazza Cittadella bezoeken. We slapen matig, die nacht. Want Lucca blijkt in de weekends tamelijk rumoerig.

Italië per Caponord