Zoeken

Freaks goes Stelvio deel 1: het avontuur

Alpen Adventure

8 september 2015
2775 kilometer. Zoveel staat er op de tweede tripmeter bij thuiskomst en dat is lang geen gekke score in vijf dagen, zeker niet als je bedenkt dat we in die vijf dagen ook nog tijd hebben gevonden om te eten, slapen, tanken, bier drinken en een kleine reeks Alpenpassen. Helemaal geen slechte score, maar we hadden dan ook helemaal geen slechte motoren om het mee te doen en eigenlijk, eerlijk gezegd, ook nog best een half oké plan vooraf.

Stelvio

Tekst: Vincent Burger
Fotografie: Vincent Burger, Ed Smits

Nou zijn wij normaal gesproken de lulligste niet en draaien ook onze hand niet snel om voor een stevig robbertje ‘oneigenlijk gebruik’, gewoon omdat het kan. Circuitrijden met een K1600, Supermoto of Scrambler, geen probleem. OStelvioAaah, de alpen. Tijd om er eens goed voor te gaan zittenp reis met een R1M en H2, doen we. Woon-werk met een chopper? Ook goed. Maar soms moet je gewoon wel. Als er bijvoorbeeld meerdere Adventurebikes nieuw zijn, kun je je er niet zomaar vanaf maken met een rondje om de kerk. Dat is geen test en bovendien gewoon zonde, daar moet je wat mee.

“Goh, best wel gek eigenlijk. Ik rij al tweeëntwintig jaar motor, ben talloze malen dwars door Europa gereden en beroepsmatig ook al ver daarbuiten, maar ik heb nog nooit de Stelvio gereden”. Zo begon het afgelopen maart. “Dan moet dat gewoon een keer. Nemen we daar een paar mooie brommers voor en gaan we knallen. Als de sneeuw weg is”.

We hadden deze test al veel eerder kunnen doen. hadden we ook wel een beetje gewild. Maar voor wat wij graag zouden willen hebben we toch even afgewacht totdat de zomer op z’n piek zou zijn, in augustus. En met het nodige geduld diende Augustus zich als vanzelf aan. Tijd voor serieuze plannen. Voor dit verhaal nemen we de grootste kanonnen van de reeks, de machines die niet eens meer pretenderen ook naast de weg te kunnen rijden, maar juist de asfaltvreters bij uitstek. En daarmee gaan we nu dan maar eens echt doen wat zo’n beetje iedereen er mee doet: bergen bedwingen. Hey Ho, let’s go. Naar Stelvio. Dat rijmt. Besloten wordt om in twee dagen naar een tactische locatie te rijden, van daar uit in een dag te doen wat we het belangrijkst vinden en dan weer in twee dagen terug.

Stelvio
Oei, het is druk...

Uitzicht genieten

Stelvio

En zo gaan we op pad. We gaan op reis en nemen mee: een Multistrada en S1000XR. Want die zijn nieuw. En voorzien van heel veel decadente dingen als koffers, cruise control, elektronische vering en navigatie. Genoeg om het een paar dagen op uit te houden, naar wij dachten. Om dan per direct maar de daad mee bij het woord te voegen: de eerste stop ligt gelijk maar in Oostenrijk. Net over de grens, maar toch. “DStelvioNog even tanken in Nederland voordat we vertrekken voor de eerste etappean heb je Duitsland alvast gehad en kunnen we de snelweg helemaal achter ons laten om via wat leuke wegen naar het eindpunt te rijden”.

Het moet gezegd worden, voor veel kilometers is het een uitkomst. Je zit als een koning en met het surplus aan vermogen kun je ook aardig tempo maken. Ruitje in de juiste stand zetten en blazen maar. En voor het noodzakelijk kwaad wat koffers zijn, hebben zowel Ducati als BMW aardig goed hun best gedaan er wat van te maken. Enne… stiekem is het ook wel makkelijk. Voor het overgrote deel is de eerste etappe weinig enerverend. We rijden, tanken, wisselen en rijden weer verder en herhalen dat patroon. Beide navigaties staan ingesteld op hetzelfde adres en beide geven nagenoeg hetzelfde aan. Logisch, want we rijden nu eenmaal rechtstreeks op ons doel af. Eenmaal onderin Duitsland is het ergste gehad, zo denken we naïef. “Gaan we er bij de Bodensee vanaf en rijden we secundair naar Feldkirch. Dan kunnen we ook alvast een beetje van het uitzicht genieten”. BStelvioLiechtenstein! Veel toeristen op deze plek, dus het zal wel belangrijk zijnestaand uit een aaneengesloten file van Lindau tot vlak voor Feldkirch. Mooi om te zien die bergen om je heen, maar ze hebben ook een nadeel: er is geen parallel voor een bepaalde route zonder kilometers om te rijden, wat aan de rand van een meer betekent: elk voertuig wat de spits op je af kan vuren staat hier en wil óók daarheen waar jij heen wilt. Beetje jammer. Aan de andere kant, vandaag zullen we geen snelheidsovertreding maken.

Onder begeleiding van een biertje maken we gelijk de plannen voor de volgende dag. We willen naar Nauders want dat is een perfecte uitvalsbasis voor dag drie, schijnbaar. En Smits heeft er al eerder gezeten “dus het is goed”. Vooruit dan maar. Zo ver is het niet meer, maar dat geeft ons wel de gelegenheid direct van de gelegenheid gebruik te maken een paar passen aan te spreken. “Joh, we zijn nu toch zo dichtbij, laten we dan ook meteen Liechtenstein even aandoen. Kunnen we daar ook meteen een vinkje achter zetten”. ‘NStelvio"Denk je dat we veel vertraging hebben bij de grens naar Zwitserland'? Welke grens?ou, dat komt wel uit, dat is pal op de route naar Zwitserland’. En zo geschiedt. “Geen idee of we nog grensposten tegenkomen eigenlijk?” Door naar Chur, van daaruit naar Davos en dan door naar Nauders, hebben we er gelijk een mooi stel passen bij.

Het valt altijd op: hoe graag je ook zou willen, Oostenrijkers en Zwitsers zijn zo netjes, daar zou je graag een voorbeeld aan willen nemen. Duidelijk zijn ze trots op hun land, want ze houden het schoon. Maar ook is de braafheid van legendarische mate: niemand die hier te hard rijdt, niemand die de regels overtreedt. Niet zo gek, want de boetes zijn hier niet mals en een verkeersovertreding wordt zo ongeveer even zwaar bestraft als een flink misdrijf. Zo hou je je vanzelf wel in, zou je denken. Maar schijn bedriegt blijkbaar, want als we eenmaal de juiste ‘achterafroute’ vinden, blijken ook Zwitsers een stoute kant te hebben, en hoé. Eenmaal gestopt op een locatie die we goedkeuren voor wat statische foto’s van ons vervoer, valt op hoe vlot er doorgereden wordt. Of zeg maar gewoon: gescheurd zonder uitzondering. Of het nou auto’s motoren of bussen zijn, er wordt echt gas gegeven. En ook al is het percentage dure/snelle auto’s aanzienlijk hoger, zelfs voor Zwitserland, werkelijk iedereen, ook ouden van dagen, weet hier het gas te vinden, ons verbaasd langs de zijkant achterlatend. Later thuis leren we snel waarom: hStelvioPizza Nationale noemen ze dit.... het is grappig totdat je de prijs hoortet schijnt dat we zijn beland op de Fluelapas, bestempeld als een van Europa’s ‘Best Driving Roads’ door één of ander Brits televisieprogramma. Welkom in Zwitserland.

Sowieso een prachtig land, of je nou per motor reist, te voet, per trein, je waant je hoe dan ook in een ansichtkaart. Of je komt… fietsen. In tijden niet zo’n hoge concentratie fietsen gezien en dan zijn het hier nog mountainbikes ook. Wat doe je met een skipiste als er geen sneeuw ligt? Dan pak je de fiets, neemt dezelfde lift naar boven en laat je er net zo hard of nog harder van de berg af vallen. Big business. Ooit afgevraagd hoe die Zwitsers zo rijk worden? Ze verdienen het bij elkaar. Zonder Europese hulp weten ze zich aardig te redden hier: een snelle lunch bij een willekeurig restaurantje zet ons ineens 64 Zwitserse frank achteruit…. Bedankt en tot ziens. Wordt toch zo’n beetje tijd om door te rijden.

Stelvio
Je zou er voorbij rijden, maar er wás dus wel een duidelijke grens tussen Liechtenstein en Zwitserland. Snap ook wel waarom ze dit hebben laten liggen trouwens

Drielandenpunt

Stelvio 6268

Het dorpje Nauders blijkt nog lang zo gek niet te zijn; pittoresk en knus, precies uit de folder. En bewoond door uiterst aardige mensen. “Hee verrek nou toch, een nieuwe XR! En nog Hollanders ook, wat zei ik je!?” blijkt genoeg te zijn voor een heel lange avond gevuld met bier, schnaps en de meest knoflookrijke pizza ooit gemaakt. OStelvioOh wacht, zijn we niet meer op Man!?nze nieuwe vrienden blijken vaste bezoekers te zijn van het gebied en weten direct de meest fantasierijke routes op te noemen voor de volgende dag. “Je moet langer blijven, het is niet genoeg!” Joh, dat weten wij ook wel, maar we kwamen hier nou eenmaal met maar één doel en dat hebben we morgen al snel bereikt, de rest is mooi meegenomen.

Een wekkerloos ontwaken staat voor een mooi begin van een nieuwe dag. Achteraf kijk je een koe in z’n kont, maar gelukkig is de schade beperkt en is het nog een soort van ‘vroeg’. Tijd voor een goed ontbijt, tanden poetsen (die pizza had écht veel knoflook) en dan helm op en gaan. Het is nog altijd augustus en dat is hoogseizoen. En dat gaat niet alleen voor motorrijders op, maar ook voor auto’s met 2.6 kind, fietsers, camper, mooie oude volkswagenbusjes, touringcars en caravans. En allemaal willen ze voor vertrek nog de mooiste passen nemen want ‘dat kan makkelijk met volle bepakking’.

Wij vinden van niet en willen er dus zijn vóórdat de Alpe d’Huisraad losbarst. En omdat we vanavond opnieuw op dit adres logeren kunnen we zelf ook zonder bagage aanvangen. Tof idee. Met de Reschenpas als wakkermakertje rijden we snel door naar Trafoi, het laatste dorpje onderaan de berg. Effe pinnen, camera’s monteren, nog een kauwgumpje (knoflook hè) en we kunnen.

Stelvio

De weg slingert zich rustig, licht stijgend het dorp uit. Hier is het dal al knap smal, wat het de perfecte entree maakt voor een memorabele klim. Nog niets wat er op wijst dat ergens hier een weg loopt die je over één van deze megalomane reuzen zou kunnen brengen, dus dat wordt wat. Een klein stukje met twee hairpins is nog maar net de voorbode. Daarna slingert de weg zich snel verder door nog een restantje bewoning, richting het bos. WStelvioMoeten we nog zeggen waarom we hierheen gingen?e zijn nog goed op tijd, zo druk is het gelukkig nog niet. Wat wel opvalt is niet de hoeveelheid motoren (simpel: het zijn er veel) maar de diversiteit. Natuurlijk zijn de boxers in groten getale aanwezig, maar daarnaast zien we ook veel minder gebruikelijke modellen als Ducati Streetfighters, een Griso en verrek, zelfs een V7 Racer. Zal die het naar z’n zin hebben! Slechts een enkele keer komen we bij een opstopping als een lijnbus een tegemoetkomende automobiel wil passeren, maar verder gaat het prima. Tot de boomgrens gepasseerd wordt. Halleluja, wat een uitzicht! En dat naar beide kanten, want hoewel we met gemak al hoger zitten dan menig andere passage in het Central Massif, de Cote d’Azur, Gran Canaria of de Pyreneeën, we zijn nog niet op de helft. En nog steeds valt er van een eind geen reet te bekennen. Dan wordt het ook beschamender. Waar het tot nu toe nog leek op een weg met enig nut met hier en daar een hairpin, gevolgd door een stuk slinger, worden de verbindingsstukken steeds korter totdat het eigenlijk niet veel meer is dan een aaneenschakeling van haarspeldbochten. Was ik eerder nog regelmatig verbaasd over wat er na de volgende bocht nu weer voor me lag, inmiddels begint de variatie aan passende kreten aardig dun te worden. En we gaan nog even door. Remmen, terugschakelen, achterom kijken, insturen en gas er weer vol op. Zo sleurend aan het beschikbare koppel is het toch wel leuk om daar genoeg van aan boord te hebben, al blijft het voelbaar wringen. Telkens als de motor in z’n normale werkgebied komt, kan er alweer afgeremd worden voor de volgende. Het is haast aandoenlijk.

Stelvio
Look at me. Now look at the road. Now back at me.

Een soort plaatsvervangende schaamte komt opborrelen als ik al ver door mijn woordenschat heen ben en we nog steeds maar niet boven zijn. Elke bocht is er weer een, elk uitzicht nog spectaculairder. Die Italianen steken de draak met de weggebruiker hier, ik weet het zeker. Niemand bij z’n volle verstand die hier ooit vanuit het dal tegen deze rotswand aan keek en dacht ‘Daar moet gewoon een weg overheen, kan niet anders’. Een alternatief scenario in de lijn van ‘Hee Mario, wil je lachen? Wat als… Zie je de gezichten al? Kom niet meer bij!” kStelvioIets met 'dak van de wereld', ofzolinkt veel aannemelijker. Hoe dan ook, na nog eens een X aantal hairpins heb ik het opgegeven mijn verbazing te volgen en laat het maar gewoon over me heen komen. op ongeveer hetzelfde moment duiken in de verte de eerste gebouwtjes op van de top. We zijn er.

Commerciële bende natuurlijk. Hotelletje, ‘berghutje’, bord, restaurantje en een rits aan winkeltjes met opvallend gelijk assortiment souvenirmeuk, allen even authentiek. Maar het is wel even tof om te stoppen en het uitzicht in je op te nemen. Vooral omdat er aan de andere kant eenzelfde hoogteverschil ligt, klaar om opnieuw bedwongen te worden. Even een break. Sowieso een boel motoren hier en dan wordt het leuk de uitschieters te vinden. Die V7 komt ook zo boven, de held. Tussen alle Duitse tweecilinders die met gemak ruim de helft van de populatie invullen zijn er toch wel enkele opvallende variaties. Meest in het oog springt een kentekenplaat met ‘Toronto’ erop. Leuk! Even navragen hoe dat zit dan. “Joh, welke brug heb je genomen van huis uit dan?” “Air Canada”. En het verplichte “hoe vind je het tot nu toe” wordt beantwoord met “we hebben de Stelvio nu zo’n vijf keer gedaan en hebben nog een kort lijstje te gaan, daarna rijden we weer door naar onze volgende stop. Maar tot nu toe is Europa best mooi”. ’t Is hem geraden.

Stelvio 

Twintig minuten

Stelvio

Genoeg lucht geschept. ’t Is hier toch maar dun ook, tijd voor wat nieuw vermaak. Om te beginnen hebben we nog een halve Stelvio te gaan, waarna we door een snikheet dal doorsteken naar de volgende op de lijst: de Gavia. Vooraf al begeleid met de woorden “die is veel gaver joh. Stelvio is maar simpel. BStelvioBijnap elke pas vind je wel een monument van het een of ander. Je zou je haast afvragen of ze wel genoeg generaals gehad hebben toen...reed, overal voorzien van vangrails of muurtjes, daar is niks aan. Gavia is tenminste echt gaaf: smaller en nergens een rail te zien”. Oh. Of dat nou de definitie van gaaf is? Moet wel gezegd worden dat eenmaal gearriveerd en klimmend het opnieuw een uiterst toffe pas is. Maar de hoeveelheid bomen op de onderste delen die het overzicht een beetje eh.. overwoekeren is toch niet zo spectaculair. Misschien wel goed ook, ik weet ’t niet. Eenmaal boven de boomgrens wordt het beter, maar zoveel geweld als we daarvoor al over ons heen kregen heeft Gavia toch net niet. Het is anders, maar leuker of minder leuk is moeilijk. Eenmaal boven raken we snel in gesprek met een Italiaan op een Scrambler. Lijkt helemaal in z’n element te zijn zo, dit is inderdaad wel ‘the Land of Joy’. Voor ons al, voor hem helemáál. “Ik heb ‘m gekocht voor mijn vrouw, maar moet toch wel regelmatig weten  of alles naar behoren werkt natuurlijk” knipoogt de man, die in een vroeger leven blijkbaar ook nog geracet heeft en nog een leuke verzameling andere tweewielers thuis heeft. Intussen rijdt een MV voorbij. “Jullie komen net van de Stelvio he?"gaat de Scramblerpiloot verder, "Ik stond bovenaan en hoorde jullie daar al omhoogrijden”. Altijd leuk, een beetje waardering. Dat geldt andersom voor de groep Belgische fietsers die naast ons zit als we gaan lunchen. “Hoe lang doen jullie daar nou over”? “Stelvio zo’n twee uur, twee en een half. Jullie?” ”Eh..we hebben een filmpje van twintig minuten….”

Stelvio

Het voordeel, voor deze ene keer, van motoren met alle opties is dat de elektronische vering nu eventjes wel als een zegen komt. Het asfalt is hier van Italiaanse kwaliteit en hoe ze het soms ook goed kunnen, hier boven in de Alpen is het Italiaans-klassiek en dat is toch wat anders dan Zwitsers, Oostenrijks of Duits. Met een druk op de knop is het zicht weer helder en kunnen we in alle rust de berg omlaag knallen. Eenmaal beneden is het eenvoudig; willen we de snelste weg terug, zullen we nog een pas of twee moeten nemen. Willen we nog ietsje verder omrijden, dStelvioWat, geen monument? Waren de veldheeren dan echt op?an worden het er meer. Wat wil je nog meer? Een MV rijdt voorbij. Volgens mij hebben we het goed getroffen. Was hier twee dagen geleden nog een hoosbui van Bijbelse proporties, zelf hebben we nog geen druppel gezien. Daarom kiezen we voor plan B, want uitdroging staat hoger op de risicolijst en we stoppen nog maar eens voor wat extra vocht. De buitentemperatuurmeter geeft dan ook ruim dertig graden aan, wat ik geen seconde in twijfel trek. Wat een gebied: heb je het koud, rij dan een dal in. Heb je het warm, dan stijg je gewoon weer een paar honderd meter. Simpeler kan haast niet. Nog eens een grens over met Zwitserland treffen we stiekem ergens toch nog een bemande douanepost. Leuk, lekker nostalgisch. Vlak daarachter ontvouwt Zwitserland zich weer op z’n best, nu zelfs compleet met modelspoorlijn die zich in allerlei bochten de berg omhoog weet te kronkelen. Over ansichtkaarten gesproken. We rijden door tot we bovenaan de Berninapas een foto willen maken. En uiteraard om de motoren een klein beetje bij te laten komen van de rit naar boven, maar dat is al haast normaal. Oh, zomer en schoon asfalt…... Net als we het verplichte ‘plaatje bij het bord’ maken arriveert er een MV.  Glimmend zoals zelfs in de showroom niet lukt, MJK pak en een Arai erop. En een Nederlands kenteken. Zou die echt met de motor gekomen zijn? lijkt me sterk… daarentegen houdt hij er hetzelfde tempo als wij op na, dus hij heeft er wel zin in. Dat blijkt ook wel als hij niet lang nadat we onze weg vervolgen weer opduikt in de spiegels en daar nu blijft zitten. HStelvioBraaapaalt net zoveel auto’s in, rijdt net zo netjes in bebouwde kom, die wil mee! Dat gaat nog vele kilometers zo door, totdat we ergens ver terug in Oostenrijk een afslag nemen die hij niet volgt. Hij zal wel bijna thuis zijn, wij in elk geval wel. De ‘pas’ waar we nog op rijden maakt eigenlijk al niet eens zoveel indruk meer. Veel lager, veel breder (tweebaans, yech!) en veel vloeiender. Al zouden we er thuis nog steeds een moord voor doen… het is maar net hoe je het bekijkt blijkbaar.

“Und wie war’s”? willen onze Duitse vrienden weten, voordat we bovenstaand verhaal afspelen. “Je moet volgende keer echt langer blijven, je moet eigenlijk die pas nog rijden, die, die en die. Minstens. En ben je al onverhard geweest met die brommers? Dan moet je die pas ook nog nemen, wat ik je zei”. Ja sorry jongens, het blijft geen feest. We hebben net al de dag van ons leven gehad en we moeten nog terug naar huis. Wat doen we daar eigenlijk mee?

“Timmelsjoch, die moet je zien Vince. Dus als we die nemen, dan rijden we van hier naar het oosten en kunnen ‘m zo pakken om terug naar Oostenrijk te rijden. Dan komen we ook goed uit om als we doorsteken via de Silvretta te rijden”. Oost? Is dat niet de verkeerde kant? “Ja, daarom nemen we maar één biertje vanavond. Morgen vroeg weg”. Nog eens drie éénbiertjes later duiken we er echt maar weer eens in. Minder knoflook op de pizza zou ook morgen beter uit moeten komen.

 Stelvio

Verbazingwekkend

Stelvio

Nou is het sowieso een verbazingwekkend gebied; landsgrenzen zijn slechts academisch en ogenschijnlijk trekt niemand zich er daadwerkelijk iets van aan. Zo komt het voor dat je na kilometers op Italiaans grondgebied nog steeds doodleuk ‘Feuerwehr’ in koeienletters op een gevel ziet staan, spreken Zwitsers elke taal die je maar zou willen en is uiteraard ‘Kijken kijken niet kopen’ zo’n bStelvioZij woont hier langer dan ik, dus ik wijk uiteetje de internationale groet op de Stelvio. Toch kun je wel aan andere zaken merken in welk land je je bevindt. Daaronder bijvoorbeeld de onafgebroken file tussen Reschen en Merano. Lang leve de tweewieler en ‘Italiaans rijden’, anders hadden we zeker een extra dag uit kunnen trekken om thuis te komen. Dat alles verandert direct zodra je buiten de stad de eerste borden ziet… in een smal, groen dal heb je nog de keus voor de Timmelsjoch en de ook niet onbekende Brennerpas. Heb je eenmaal de afslag genomen, verandert de weg op de kaart van een gele kronkel in een witte… en kun je je schrap zetten.

Opnieuw bouwt het spektakel zich op, maar waar andere passen zich met het stijgen meer en meer op één bepaalde manier uiten, blijkt deze klim een verzameling van het beste wat de regio te bieden heeft. Italiaans asfalt, Oostenrijks asfalt, vergezichten, bochten, tunneltjes, zelfs een Engels aandoend stenen bruggetje is er ingeslopen, totdat hoger en hoger de vergezichten andermaal grootser worden, de hairpins zich opnieuw –letterlijk- opstapelen, uitmondend in een crescendo aan motorische majestie, afgerond door een (klein beetje verplicht) finish van filmische proporties. Uitzicht, jonguh. En dat was nog maar de ene zijde… opnieuw is het een komen en gaan van opvallende machines, waarbij een volbepakte en met twee personen bemande Vespa 125 de dagprijs mee mag nemen. Opvallend trouwens dat we in de afgelopen dagen zoveel Ducati Streetfighters tegengekomen zijn. Blijkbaar zijn ze in andere landen al jaren veel populairder dan bij ons. DStelvio'Hee, koffers! Zouden daar dan wél snickers in zitten?'e weg aan gene zijde is zo mogelijk nog iets beter bestraat, wat ons genoeg reden geeft hier een kleine fotosessie in te plannen. Tussen scheurende Lamborghini cabrio’s door… ook deze weg hebben welgestelde Zwitsers blijkbaar ontdekt.  Afdalen, benzine, lunch.

Dan rest ons nog één agendapunt: de Silvretta Hochalpenstrasse. Zo genaamd omdat eh… nouja, de naam klopt. En echt een pas kun je het niet noemen in eerste instantie. De weg staat al ver vooruit aangekondigd en je denkt al vele kilometers onderweg te zijn (daar word je ook aan herinnerd door herhalende bewegwijzering) terwijl je nog steeds op een drukbereden weg dwars door een populair skigebied –inclusief dorpen en resorts-  aan het rijden bent. Pas aan het einde slaat de sfeer om. Een toegangspoortje neemt je graag een bijdrage van een paar euro af en dan wordt het snel rustiger. Op een flink druk bouwverkeer na dat zo blijkt druk bezig is met werkzaamheden aan de dam. Jammer, want niet alleen houdt dit verkeer de rest wat op maar ook is de weg flink bevuild, maar noodzakelijk en we zullen ze er toch maar dankbaar voor zijn. Want exact op het moment dat de werkzaamheden ophouden eindigt ook de wereld. Of zo lijkt het; wat tot op dat moment een heel milde alpenoversteek is verandert terstond radicaal van uitstraling als we bovenaan de meest dicht opeengepakte reeks hairpins blijken te staan. Het stuk is niet overdreven lang, maar des te intenser, met uiteindelijk flink riekende remmen van de BMW tot resultaat. Binnen tien minuten sta je beneden, maar voordat je remblokken uitgerookt zijn ben je zelf ook alweer op adem gekomen. Een bijzonder goede afsluiter, al zeggen we het zelf. Toch zijn we er nog –lang- niet, het idee is om flink tot in Duitsland door te rijden zodat we morgen minder ver hoeven en misschien nog iets binnendoor kunnen rijden. We willen zeker door tot boven Karlsruhe, wat nu eerst betekent: doorgaande weg tot ergens voor de Bodensee, daar een stuk snelweg totdat we het meer voorbij zijn en in Duitsland weer binnendoor steken. Dat laatste scheelt aan tijd amper, mStelvioAls je dan toch een in het oog springend ding neer moet zetten, kun je 'm net zo goed écht eh.. in het oog laten sprigenaar het is een stuk leuker rijden dan de snelweg. Prima natuurlijk, maar als dat allemaal vandaag nog moet… kunnen we maar beter gas  geven. Het eind komt in zicht.

Is het iemand wel eens opgevallen hoeveel identieke dorpjes Duitsland kent? Zouden ze het zelf weten? Of zouden ze zelf ook regelmatig, net zoals wij, de navigatie er bij pakken om uit te vinden waar we nu weer zijn? Licht heuvelachtig landschap, check. Slechts een paar richtingen te kiezen, check. Pittoresk wit-met-vakwerk-huisje, dubbel check. En dat echt ontelbaar veel. Al weet het land zelfs nu nog af en toe een kleine verrassing in het verhaal te gooien: een wegversperring door werkzaamheden betekent in deze omgeving vaak een omweg van meerdere kilometers en een op hol slaande navigatie (de eeuwige vraag ‘volg je de omleiding tot het eind of heeft de navi gelijk en kun je afsnijden’), maar kan ook positief uitpakken: tot drie keer toe ontvouwt zich op de alternatieve route nog net een klein pareltje in de vorm van een stukje bochtig canyonrijden wat we anders compleet gemist hadden. De routelog stond aan, dus we kunnen het nog terugvinden ook. Als Nürtingen zich aandient is het nog net licht, zijn we voor de bui binnen en is de keuken nog net een half uurtje open. Meer dan genoeg.

Stelvio

Mooi geweest

Stelvio

Omdat we ‘nog maar’ zevenhonderd kilometer over hebben op dag vijf kunnen we het rustig aan nemen. Opvallend hoe snel je perspectief verandert tijdens zo’n tocht. Zit je thuis langer dan een half uur in de auto naar je werk, dan is het ver. Op de motor al net zo, meer dan zestig kilometer snelweg is verspilling en AStelviossen is gewoon ver, ongeacht waar je vandaan komt. Zo niet als je op reis bent, dan heet ineens duizend kilometer wegtrappen in een dag “Oh, dan zijn we nog ruim op tijd daar”, doe je het rustig aan als je maar drie keer hoeft te tanken en veranderen afstanden in het aantal tussenstops dat je maken moet. Zevenhonderd kilometer, beginnend met een volle tank, is nog maar twee extra tankstops onderweg. Eitje. En dus gaan we nog even binnendoor verder. Wat ons een dag eerder nog van verborgen verrassing naar verborgen verrassing leidde, werkt vandaag blijkbaar niet. Integendeel, de omleidingen die we tegenkomen leiden ons dit keer steeds precies om de leuke stukjes (die we nu wel weten te liggen) heen. Dus besluiten we uiteindelijk na de tweede tankstop en voedzame lunch bij de boogjes het voor gezien te houden. We zitten ook vlakbij een sStelvionelweg, de navigatie wordt op ‘huis via snelste route’ ingesteld en het is gebeurd. Cruise control op 150,5 en klaar ermee. Het is leuk geweest.

Als ik na 2775 kilometer weer stop op het punt waar ik vijf dagen eerder opstapte, ben ik kapot, moe, uitgedroogd, heb ik slaap en honger en hoop minstens de komende twee dagen niks meer met motoren te hoeven. Maar behalve een zere kont van het zitten heb ik eigenlijk maar van heel weinig andere dingen echt last. Met een naked was ik er minder genadig van af gekomen en binnen kortere tijd. De bagage schud ik net zo simpel uit de koffers als ik het er in gekregen heb en de motor zelf is, op een insectenkerkhof aan de voorkant, al net zo weinig aan te zien. Die zou het net zo goed morgen opnieuw kunnen doen. Misschien is een adventurebike echt iets voor motorrijders die hun ziel verkocht hebben, maar ze doen het wel écht heel erg verdomd goed. Verdorie.

Stelvio
Doel bereikt. Wat doen we volgende keer?

De motortest van dit Freaks goes Stelvio avontuur is hier te lezen.


Stelvio