Zoeken

Motor Speciaal: de Indian van Lout Sondaar

Ach, mooie exemplaren zijn er al genoeg

2 augustus 2011
‘Oh Lout, ik ben zó trots op je!’. Stralend kijkt de kleine, inmiddels hoogbejaarde maar uiterst vieve vrouw haar man aan, die glunderend van de rokende en stampende Indian afstapt. Zelfs de oude V-twin lijkt zelfgenoegzaam en zeer voldaan te grijnzen, voor zover een bijna negentig jaar oude motorfiets daartoe in staat is. Kleine wondertjes gebeuren iedere dag. Maar dit keer waren we er zelf bij en dan is het wel heel bijzonder.

Indian_01

Het idyllische boerderijtje - andere woorden zijn er niet om het beschrijven, komt zo uit een prentenboek. Knus tussen de weilanden gelegen, compleet met rijk beladen appel- en notenbomen en die onmiskenbare lucht van een knapperende open haard in de vroege herfstlucht. Wanneer de houten deuren van de voormalige stal openslaan, lijk je in een zorgvuldige opgebouwde set voor een fotoreportage terecht te komen. De rekwisietenafdeling heeft het er druk mee gehad: compleet met lief klassiek Frans vrachtwagentje, tientallen jaren oud gereedschap aan de muur, bak met appels, stoffige flessen en een werkbank die zichtbaar alles al heeft meegemaakt. Punt is alleen dat hier alles écht is. Geen gekunstelde ‘country living’, maar een interieur en een sfeer die je alleen in tientallen jaren liefdevol verzamelen en bijeenhouden kunt opbouwen.

Tekst: Derk Evers
Fotografie: Wout Meppelink

Betaalbaar transport

Indian_02
Er werd geen geheim van gemaakt: de liefdesdroom 'Reve d'Amour'. Bij vrienden in Maastricht (1950) op doorreis naar Brussel. Lout is knielend achter de motor te zien

Drie zonen hebben Lout en Carla Sondaar hier grootgebracht. Maar de geschiedenis die de aanleiding vormt tot het kleine mirakel gaat nog veel verder terug. Eigenlijk begint die voor dit verhaal in het naoorlogse Nederland van 1949. De achttienjarige, geboren Amsterdammer Louis ‘Lout’ Sondaar heeft een mazzeltje. Uit de nalatenschap van zijn grootmoeder ontvangt hij een bescheiden legaat dat op zijn verjaardag vrij valt en dat groot genoeg is om een motorfiets te kopen. Een oude weliswaar, maar Lout is op zoek naar betaalbaar transport. Hoewel hij beslist geen motorkenner of zelfs maar specifieke liefhebber is, valt zijn oog op een Indian die bij motorhandel Jan Kremer in Camperduin te koop staat. Indian_18Aan dit nationaliteitsbewijs mankeerde 'niets', het nummer op papier 'klopte' helemaal met het ingeslagen framenummer...Als eerstejaars student elektrotechniek in Delft staat de wereld voor hem open en de vrijheid lonkt. ‘Ik had niets bijzonders met motorfietsen, ook niet met het merk Indian. Maar deze stond toevallig te koop voor een prijs die me aanstond’. Een motor met een historie, want bij de uitbundige bevrijdingsfeesten in 1945 was hij gebruikt voor stuntwerk, waarbij over maar liefst vier liggende vrijwilligers werd gesprongen.

Precies 150 gulden moest de 600 cc Indian Scout 52 S V-twin opbrengen. Niet eens echt goedkoop voor een motor die met zijn bouwjaar van, naar schatting, 1921 toen al bijna dertig jaar oud was. Ook toen al was de papierwinkel rijkelijk aanwezig. Naast een nummerbewijs, moest er ook nog steeds een rijvergunning komen, hoewel de benzine al niet meer op de bon  was. En natuurlijk een rijbewijs, waarbij het de bedoeling was dat dat even met de Indian gehaald zou worden. Dat viel tegen. Lout: ‘Met dat enorm brede stuur en de lastige voetkoppeling was het gewoon onmogelijk om een achtje te rijden en dat moest wel om te slagen. Ik heb voor het examen dan ook maar een lichte DKW RT 125 van een vriend geleend. Niet dat ik toen meteen met de Indian overweg kon. Op de eerste dag ben ik er al mee de sloot ingereden…’. Zelfs mét het rijbewijs was er nóg een administratieve hindernis te nemen. Lout had het plan opgevat om samen met een vriend op de Indian naar het buitenland te gaan en daarvoor was een ‘Nationaliteitsbewijs’ nodig, waarmee aangetoond  kon worden dat alle belastingen en leges voor de motor keurig betaald en afgedragen waren. Juist dat onmisbare bewijs ontbrak natuurlijk, maar Lout was vindingrijk. ‘Op de sloop heb ik een ander Nationaliteitsbewijs gehaald. Maar van het framenummer klopte natuurlijk niets. Dat heb ik toen maar zelf in het frame geslagen en daar heeft verder nooit een haan naar gekraaid’.

Indian_03Op vakantie met de BSA M 21 600cc zijklepper. Carla achterop, de bagage strak in de tassen Indian_03aDe Norton 16 H was technisch gezien uiterst modern in vergelijking met de Indian

Indian_04
1978. Samen met Carla tijdens de Staphorst-rit, die de stimulans was om de Indian weer aan de praat te brengen

Nu eindelijk alle papieren in orde waren, kon het grote avontuur beginnen. Maar niet nadat eerst aan de linkerkant van de tank in forse witte letters de woorden  ‘Reve d’Amour’ (Liefdesdroom) en rechts ‘Paraffin Outfit’ (petroleumstel) geschilderd was. Jolige studentenhumor die aantoonde dat de heren wel degelijk hun talen spraken. Nu was Frans voor Lout bijna een tweede taal dankzij kunstzinnige Francofiele ouders die jaren in Frankrijk woonden, een voorbeeld dat ook Lout en Carla later zouden volgen. Vanaf de eerste meters had Lout een strikt zakelijke relatie met zijn Indian. ‘Ik reed motor omdat het betaalbaar was, niet uit passie. Bovendien was het ook heel handig vervoer. Ik heb een stevige dwarsstang op dat brede stuur gelast, waar ik prima een hutkoffer op kwijt kon. Indian_07Zoon Paul als 17-jarige bij de rokende IndianErg handig. Ook heb ik er een soort verlengd zadel op geknutseld met de behulp van een stoelkussen. Een motor moet voor mij vooral praktisch zijn. Maar ik heb dan ook altijd alles op de motor vervoerd. Zes keukenstoelen in één keer bijvoorbeeld.  Daar was mijn schoonmoeder later eigenlijk niet zo over te spreken’.

Helemaal probleemloos was de Scout in het begin overigens niet. Bij Ben Malta werd het bigend gereviseerd en de volledig versleten gietijzer zuigers vervangen door afgedraaide aluminium exemplaren. Dat laatste bleek geen onverdeeld succes te zijn. Door de veel lichtere zuigers ontstond onbalans en begon het blok te trillen. Later zouden de zuigerbodems zelfs inzakken, maar die werden gewoon weer opgelast in die dagen. Van een student werd later nog een tweede Indian gekocht voor de onderdelen, die later vergeten en grotendeels als oud ijzer verkocht zou worden. Maar zo ver was het nog lang niet. in 1952 deed Lout de Indian cadeau aan zijn broer Paul die toen achttien werd. Maar onder één conditie: de Indian moest terug naar Lout wanneer Paul een andere motor zou kopen. Er werd een nieuw, linnen, kenteken voor de Indian aangevraagd die het persoonlijk nummerbewijs ging vervangen. Vanaf 6 juni 1952 zou Indian HX 39239  over de wegen rollen als PE-55-09.

Niet wegdoenerig

Indian_06

Zelf was Lout inmiddels de trotse bezitter van een Norton 16 H geworden, een voormalige legermachine die in technisch opzicht lichtjaren vooruit liep op de Indian. Vergeet niet dat de Scout in zijn originele staat geen voorrem had en achter van een nauwelijks functionerende expanderende bandrem voorzien was. Vandaar dat Lout zelf een voorwiel met trommelrem en een achterwiel van een onbekende Engelse motor ook met luxe trommelrem monteerde. Nog steeds was de remwerking daarmee op zijn zachts gezegd matig te noemen, Indian_05Met drie man op de motor, tja. Maar geen voetsteunen voor de derde man, dát leverde een prent opmaar in ieder geval stukken beter dan voorheen! (‘Zo goed zelfs dat ik meteen in de regen onderuit ging op de tramrails. Op zoveel remkracht had ik nooit gerekend’). Een jaar later ging de Scout weer terug naar Lout toen Paul inderdaad een andere motor kocht en op 3 augustus 1954 werd het kenteken weer op de eigen naam gezet. De Indian werd vervolgens in het ouderlijk huis gestald, waar hij jaren in vergetelheid zou blijven staan. Maar nooit vergeten, want het kwam simpelweg niet bij Lout op om de Indian weg te doen. ‘Ach, we zijn niet zo wegdoenerig, dus voor mij kon die rustig blijven staan’.

Het rijke leven

Het leven van Lout verliep inmiddels allesbehalve rustig. Samen met zijn lief Carla achterop de voormalige Wegenwacht BSA M 21 (’je zag overal nog de gele verf doorschemeren’) vertrok het stel in 1954 uit het burgerlijke Nederland naar het bruisende zuiden. ‘Ik zat in dienst en hoewel we niet getrouwd waren, gingen we wel samen op motorvakantie. Ja, keurig in jeugdherbergen slapen, wat dacht je’. ’Ik vond dat zo belachelijk’ vult Carla aan. ’Zo’n grote slaapzaal met de jongens links en de meisjes rechts met de vader en moeder van de herberg er letterlijk tussenin!’. Ook Carla wilde wel eens ervaren wat motorrijden was, en op een vroege, dus rustige zondagmorgen ging ze op weg. Nog steeds briest ze bijna van verontwaardiging over wat er toen gebeurde. ’Moet je voorstellen, een doodstille weg in de buurt van Loosdrecht. Indian_09
Indian_10
Een beetje benzine oppompen uit de tank en via een kraantje in de cilinder gieten
Springt daar echt uit het niets een politieagent midden op de weg! Ik kon hem nog maar net ontwijken, maar hij was woest op me. Het kostte me uiteindelijk een boete van 70 gulden en dat was voor mij heel veel geld in die tijd’.

Nog steeds gebruikte Lout de motorfiets voor zijn dagelijkse vervoer, ongeacht het weer. ‘Daar stond je gewoon niet bij stil’, mijmert hij met veel understatement. ‘Van Carla’s vader had ik een blauwe kunststof jas gekregen die aardig waterdicht was en bij de legerdump kocht ik wat ze toen ‘gasjassen’ en ’gasbroeken’ noemden. Die waren van een soort waterdicht oliedoek gemaakt en daar bleef je ook goed droog in. Op weg naar Calais begon het plotseling te ijzelen, waardoor ik tegen een trottoirband aanklapte en een voetsteun verloor. Dat is best vervelend op zo’n moment’. In 1957 trouwde het stel. Lout zou na de Sterrenwacht in Leiden bij de Sterrenwacht in Dwingeloo een nieuwe betrekking vinden. ‘Als ze vroegen wat ik voor werk deed zei ik altijd ‘sterrenkijken’. Maar ik werkte in het laboratorium aan instrumenten voor de sterrenwacht’.

Niet alleen een nieuwe baan, maar ook een nieuw huis en in de onder de Monumentenwet vallende boerderij vond ook de Indian in 1971 een nieuwe rustplek. Daar (her)ontdekte oudste zoon Paul ook de Scout. Als 14-jarige jongen fascineerde de machine hem direct. Paul: ‘Ik kon er mijn handen niet van af houden. De motor had geen vonk, dus knutselden we de ontstekingspoel van een Solex erin en jawel, vonk! Zelf vond ik de Indian echt een machtige machine, maar op de kermis werd ik er vierkant mee uitgelachen. Dat was eigenlijk een behoorlijk bittere pil voor me. Ik had echt even gedacht dat ik met de Indian indruk zou maken, maar niets bleek minder waar te zijn’.

Indian_17
Reizen toen reizen nog een écht avontuur was

Werken voor je benzine

Indian_11
Het kleine mirakel: De bijna 90-jaar oude Scout loopt na bijna drie jaar vergetelheid na één trap!

In het nabije Staphorst werd in 1978 de ‘Staphorstrit’ voor klassiekers georganiseerd. Een gelegenheid waarvoor de Scout als Doornroosje wakker werd geschud. Niet restaureren, maar gewoon technisch in orde. ‘Dat was de stimulans om de Scout weer helemaal in goed rijdende staat terug te brengen. Indian_14Het ijzerdraad is in 1979 nog vernieuwd...Door die rit kreeg ik er weer zin in. Later toen ik ook VMC ritten ging rijden, werd er wel schande over gesproken dat ik zomaar een Indian Scout in deze staat liet. Alleen de erkende kenner Gebben senior kon hem zeer waarderen. ‘Dit is de mooiste die er bij staat, moet je nooit wat aan doen’, was zijn commentaar! En tot op de dag van vandaag heb ik de Indian in dezelfde staat gelaten zoals hij door mij als student werd gebruikt. Nee, hard gaat die niet. Ik word links en rechts voorbij gereden door die jongens op scooters. Maar hij moet het gewoon goed doen, mooi zijn is niet nodig. Mooie exemplaren zijn er al genoeg’.

We gaan in de schuur kijken hoe de Indian er bij staat. Als je niet beter zou weten lijkt het zo’n unieke ‘barn find’ waar iedere klassiekliefhebber van droomt. Lout: ‘Regelmatig zijn er van die slimmeriken die me wel voor een klein bedrag van dat oude schroot af willen helpen. Onlangs nog. Ziet zo’n type de Indian hier staan en vertelt me dat hij alweer een tijdje terug een oude man met precies zo’n Indian had gezien. ‘Maar die zal nu wel dood zijn. Of eh, bent u dat misschien….? Vraag me ook niet wat die waard is. Ik heb geen idee en wil het niet weten ook, dat is alleen maar belastend’. Voorzichtig wordt de Indian naar buiten gereden, het felle daglicht in. De met de hand ruw geverfde rode koplamp, de met de kwast aangebrachte verf, de oliesporen op het blok, alles wijst er op dat dit een motor is die altijd hard heeft moeten werken voor zijn benzine.

Één trap…

Indian_12

Met zekere gebaren die laten zien dat hij precies weet wat hij doet begint Lout aan de ontwakingsrituelen die bij het starten van een bijna negentig jaar oude Indian horen (en die al zestig jaar in de familie zit). ’Laat Paul hem nou maar aantrappen’ roept Carla nog, maar Lout hoort het niet. Geconcentreerd is hij bezig met de verschillende kraantjes en hendels.

Met duidelijke spanning kijken Carla en Paul toe, maar dan vindt een klein mirakel plaats. Met één machtige trap op de kickstarter schopt de 78-jarige Lout de Indian letterlijk tot leven. Heel even proest de V-twin, maar dan komt met een heerlijke roffel het blok in beweging. In een wolk van blauwe rook staat Lout als een overwinnaar naast zijn Indian. ‘Drie jaar Indian_15Indian_16stilgestaan en in één trap lopen’ schreeuwt hij triomfantelijk. Carla straalt, de jaren lijken weg te vallen en ze kijkt als dat jonge meisje van toen naar haar Lout. ‘Laat Paul nou maar rijden’, roept ze boven de rook uit…

Even later hobbelen vader en zoon samen op de Indian over de verlaten landweggetjes. Zo moet het ook zijn. De rode Indian-draad, die door het leven van de Sondaars loopt, zal nog lang niet verbroken worden. Dat is een ding dat zeker is!

Nabestellen Motor Speciaal? klik hierMotor Speciaal

Dit verhaal is, naast vele andere interessante nostalgische verhalen terug te vinden in Motor Speciaal nr. 2 2009-2010.

Het blad is voor € 8,95 na te bestellen bij de webshop van uitgever Target Press.

Indian_13
Dán maar achterop