|
Geschreven door Motorfreaks
|
|
woensdag 26 januari 2011 |
|
Pagina 1 van 5 Ruim vijftien jaar en ruim 65.000 verkochte fietsen na de lancering van het eerste model werd de Speed Triple door Triumph flink onder handen genomen. Het ontwikkelingsteam kreeg een duidelijke opdracht: "Whatever you do, don't fuck it up!" In een winters Nederland mochten wij uitzoeken of dat gelukt is.

Toen de laatste versie van de Speed Triple 1050 in februari 2008 op het Spaanse eiland Lanzarote aan de wereldpers werd gepresenteerd, werd in het Britse Hinckley in het diepste geheim al gewerkt aan z’n opvolger waarvan het afgelopen jaar op de Intermot in Keulen het doek werd gelicht. Het ontwerpteam kreeg de ondankbare taak een opvolger te ontwikkelen van Triumph’s meest succesvolle fiets sinds de wederopstanding van het merk. Een motor die duidelijk over ‘Speed Triple DNA’ moest beschikken, maar die wel op alle fronten beter moest zijn dan het bestaande model.
Het ontwikkelingsteam kreeg daarbij carte blanche, maar wel met een duidelijke kanttekening van Triumph’s grote baas John Bloor. “Whatever you do…
don't fuck it up!”
Tekst: Ed Smits Fotografie: Ed Smits, Vincent Burger
|