|
Ontmoet heb ik `m nooit. Wie hij is weet ik niet.
De echte motorrijder
Je kunt echter geen onderwerp aansnijden of hij steekt de kop weer op: de echte motorrijder. Hij doet en kan dingen die waar wij met z`n allen alleen maar van dromen. Als ik de verhalen over dit figuur mag geloven, dan zijn wij met z`n allen maar een zootje ongeregeld.
Wij de sukkels, hij een soort Superman op twee wielen. Zijn prestaties liegen er niet om. Vallen doet hij nooit, ook al rijdt hij nog zo hard. Sneeuw en ijzel doen hem niets. Bij windkracht 12 komt `ie net lekker op gang. Zijn rijvaardigheid maakt hem ongevoelig voor gaten in de weg, scheuren, bitumen, grit, olie, diesel en grind. Voor hem gaan alle automobilisten opzij; geen mens die het in zijn hoofd haalt om in de file van rijstrook te wisselen als hij er aan komt. Ik geloof er trouwens niks van; volgens mij bestaat dit figuur alleen maar bij gratie van ons dagelijks geleuter over motorrijden. Ik denk dat het stempel `echte motorrijder` voor iedereen haalbaar is, maar daar moet u dan wel iets voor doen.
Allereerst zult u uw taalgebruik moeten aanpassen. Taal is hé©Â¬ belangrijk. Wie op de lokale motorclub iets zegt in de trand van "Gisteren glipten de wielen bijna onder me weg, maar vlak voor de vangrail kreeg ik de boel met wat tegenstuur weer onder controle" valt onmiddelijk door de mand. Een echte motorrijder zou dat heel anders brengen. "Holy shit! Gisteren had ik bijna een lowsider, maar vlak voor de frietsnijder heb ik met wat countersteering mijn bike weer straight-up gepushed" lijkt er meer op. De echte motorrijder gaat natuurlijk dagelijks met z`n tweewieler naar zijn werk. Wie echter zegt dat hij "tussen de rijen auto`s door de files passeert" is duidelijk een amateur. Je doet aan `lane splitting`. En zo kan ik nog wel even doorgaan: geen stuurverhoger, maar een raiser. Geen rugsteuntje, maar een sissybar. Geen hoog stuur, maar een apenhanger. Geen motorrijder, maar een biker. Geen bagagenetje, maar bungee-koorden. Geen remmen, maar ho-ijzers. Geen kickstarter, maar een schopsteel. Als u het bikertaaltje onder de knie denkt te hebben, test het dan uit op familie, vrienden, en andere (suffere) motorrijders. Als ze er niets meer van snappen, dan is dit deel van de missie volbracht.
Correcte kleding is een tweede vereiste. Met correct bedoelen we VIES. Schone kleding zal iedereen meteen achterdochtig maken. Alles (maar dan ook ALLES!) moet er groezelig uitzien. Een helm zonder een bonte verzameling insectenlijkjes is onacceptabel. Ook jas en broek moeten zo smerig ogen dat zelfs het Leger des Heils ze niet durft aan te pakken. Nieuwe kleding kan het beste even door de modder gehaald worden voordat u deze in gebruik neemt. Ga vervolgens tijdens een regenbui even slipstreamen achter een vrachtwagen, en probeer zoveel mogelijk smerig sproeiwater op te vangen. Resultaat gegarandeerd!
Last but not least: u zult moeten leren liegen. Aangezien een echte motorrijder zich niets aantrekt van de elementen, dient u te allen tijde de indruk te wekken dat u op de motor bent gekomen. Autorijden doe je dus met je motorpak aan. Zet vlak voor de ingang van je werk je helm weer op, en maak met iedereen praatjes over de kou, de gladheid, of de storm. Snuit regelmatig uw neus en hoest luid. Bewonderende blikken zijn uw beloning. Veel succes!
Hans van Rijsse
Motorfreaks biedt haar lezers de mogelijkheid inhoudelijk te reageren op geselecteerde redactionele stukken. Deze reacties vertegenwoordigen de standpunten en meningen van de lezers die ze plaatsten. Voor reageren op artikelen gelden huisregels. Deze regels zijn hier te vinden.
|