|
Test: Battle of the V-Twins |
|
|
|
|
Geschreven door - -
|
|
vrijdag 09 september 2005 |
|
Pagina 6 van 14
De Harz Voor het rijgedrag op de openbare weg werden de motoren uitgelaten in de speeltuin die het Harz gebergte heet. Een prachtig gebied, gelegen in het voormalige Oost-Duitsland waar het erg mooi sturen is. En zoals er zovele mooie gebieden te vinden zijn bij onze Oosterburen. Uiteindelijk zijn dit toch dé gebieden waar de meeste van dit soort motoren worden uitgelaten en dus is het ook niet vreemd om ze dan onder diezelfde omstandigheden aan de tand te voelen.
|
|
Op het gebied van (toegepaste) remmen zijn de onderlinge verschillen erg groot. De Aprilia heeft de meest moderne blingbling remmen: Brembo radiale remklauw, Brembo radiale rempomp en (uiteraard) stalen remleidingen. De Ducati moet het met iets minder bling doen: Brembo axiale remklauw, Brembo radiale rempomp en eveneens stalen remleidingen. De Honda en de Suzuki moeten het doen met axiale remklauw, remtang en rubberen remleidingen. De prijs voor Beste Remmen kwomt dan ook op naam van de Aprilia, gevolgd door de Ducati. De SP-2 had op zich nog wel een goede vertraging, maar doordat de vering al snel doorsloeg kon het optimale remvermogen nooit worden benut. De Suzuki had van alle vier de motoren de minste remmen. Voor op straat nog altijd ruim voldoende (alhoewel de rem wel veel handkracht vraagt), maar op het circuit zouden we zeker andere remblokken verkiezen. |
|
 |
|
|
 |
|
Rijden op een circuit op zich is altijd goed, maar het is de dagelijkse praktijk die vaak dingen laat zien waar je op een circuit never nooit tegenaan zult lopen. En laten we eerlijk zijn, hoe vaak rijden we op een circuit? De eersten... De eersten zullen de laatsten zijn, en de laatsten zullen de eersten zijn. Een spreekwoord dat maar al te vaak een waarheid als een koe blijkt te zijn. En om maar meteen met de deur in huis te vallen, ook in dit geval blijkt er een behoorlijke kern van waarheid in deze spreuk te zitten. Om te beginnen de Aprilia: op het circuit nagenoeg perfect en in balans, maar op de bochtige wegen in de Harz absoluut de zwakste schakel. Snelheid is waar het om draait bij deze Factory, rij tempo asociaal en er is nog weinig aan de hand. Maar alles langzamer dan dat tempo laat de motor zich niet welgevallen. Het zijn met name de (op lage snelheid erg hakkerige) versnellingsbak in combinatie met de "vage" koppeling die roet in het eten gooien. De koppeling komt niet 100% vrij en dat maakt dat de motor amper in z"n vrijstand is te krijgen. (Dat zal tevens oorzaak kunnen zijn van de hakkerige versnellingsbak). Dat is zondermeer lastig. Tel daarbij op dat de motor erg ruim bemeten is, en je hebt als kleine motorrijder een groot probleem. Natuurlijk, zolang je aan het sturen bent is er niets aan de hand, maar o wee als je verkeerd hebt gereden en je moet vlug keren op de weg... ..en de laatsten De Suzuki, die op het circuit nog de zwakste schakel was, blijkt onder dit soort omstandigheden ineens stukken beter uit de verf te komen. Sterker nog: met het grootste gemak laat hij zich over de prachtige bochtige wegen sturen. De voor het circuit té slappe vering blijkt ineens heel erg comfortabel te zijn en is voor dit soort omstandigheden prima op zijn taken berekend. Hetzelfde geldt ook voor de grondspeling: op het circuit absoluut een vet probleem, maar op de openbare weg zondermeer goed mee te leven. Alleen de slijtboutjes werden nog aan de grond gereden, maar die heten ook niet voor niets slijtboutjes. Een ander aspect wat de Soes ten goede komt, is de meer ontspannen zithouding, waardoor je ook op lage snelheid prima met deze motor uit de voeten zult komen. Typisch Honda Ook de SP-2 blijkt het in de Harz veel beter naar zijn zin te hebben, qua comfort hadden we dan ook weinig tot niets op de Honda aan te merken. Hij laat zich rijden alsof je "m al jaren kent en is daarmee weer typisch Honda. Punt van kritiek bleef echter de voorvork, die bij hard remmen té weinig marge bleef hebben. Hierdoor heeft de motor al snel de neiging om het voorwiel te blokkeren. Nu zul je normaal gesproken niet snel zó extreem remmen, maar dat neemt niet weg dat dit wel voor verbetering vatbaar is. Ander opmerkelijk punt aan de Honda is de tandwielverhouding van de versnellingsbak. Voor je gevoel heeft de motor een erg korte eerste en tweede versnelling, en liggen vijfde en zesde versnelling mijlenver uit elkaar. Voor je het in de gaten hebt, trek je de motor in eerste of tweede versnelling dan ook in de begrenzer, iets wat ons in ieder geval meerdere malen (onbedoeld) overkwam. Met name de eerste versnelling had wat ons betreft toch een stuk langer door mogen gaan. Boventoon Was op het circuit de 999 een bijzonder fijne motor om op te rijden, op de openbare weg is het van hetzelfde laken een pak. Het enige punt van kritiek was het schakelmechanisme van de versnellingsbak. De schakelpook maakt lange schakelwegen en niet het korte tikwerk wat we graag willen hebben bij een supersport. Nu gebeurde het wel eens dat de motor ongewild tussen twee versnellingen in werd geschakeld. Zeker als je van de -precies schakelende- Honda op de Ducati overstapte. Maar dat was ook een van de weinige punten van kritiek waar we de Duc op konden betrappen. Sterke punt van de fiets is zijn compacte bouw, waardoor je ongelofelijk veel macht en controle over de fiets krijgt. De vering mag voor dit soort omstandigheden aan de straffe kant zijn, er was nog alleszins goed mee te leven. We waren dan ook aangenaam verrast over het "allround" karakter wat deze motor ten toon spreidt. Haast on-Italiaans, of juist toch? 
|