|
Geschreven door - -
|
|
maandag 08 augustus 2005 |
|
Pagina 9 van 14
Aprilia Tuono Factory De Aprilia Tuono Factory is één van de twee niet nieuwe modellen van dit gezelschap. De motor zag voor het eerst zijn levenslicht in 2002 en was een
directe afgeleide van zijn Supersport variant de RSV mille. Een motor die destijds in twee varianten op de markt werd gezet, de Tuono en de Tuono Racing, waarbij de laatste eigenlijk een raceklare versie was. Ten opzichte van de oorspronkelijke RSV mille waren de heren ingenieurs uit Naole wel erg rechttoe rechtaan te werk gegaan. Daar waar andere fabrikanten ervoor kiezen om dan toch een compleet nieuw model te ontwikkelen, deed men bij Aprilia precies dat wat nodig is om van een Supersport een Streetfighter te maken. Kuip eraf, breed stuur erop. Klaar. Het rijwielgedeelte, de kont, de neus, zelfs het display is identiek aan dat van de Mille. En om met dat laatste te beginnen, ondanks dat de Aprilia het meest complete display heeft van alle vier de motoren met de meeste toeters en bellen (naast standaard geneuzel als tripmeters en klokjes heeft de Tuono een laptimer, max snelheid indicator en gemiddelde snelheidsindicator) heb je er het minst aan. Puur en alleen vanwege zijn positionering. Ver weg in zijn neus weggestopt, als bij de RSV Mille. Leuk voor die Mille, want de zithouding maakt dat alles in je blikveld terecht komt, maar op een Tuono. Je zit is meer rechtovereind en dat maakt dat je telkens naar voren (en beneden) moet turen om het display af te lezen.
Intimiderend De Tuono Factory is in bijna alle opzichten de superlatief ten opzichte van zijn tegenstanders. Als je de motor in twee woorden zou moeten samenvatten, dan zijn de eerste woorden die hiervoor in aanmerking komen intimiderend en overkill. Zet overal het woordje té voor en je bent er. Wat er ook gebeurt, hoeveel rijervaring je ook mag hebben en hoe snel je rondetijd op Assen (of waar dan ook) mag zijn, deze motor kijkt je aan en zegt: "Je kunt doen en laten wat je wilt vriend, maar er is er hier maar een de baas en dat ben ik!" Continue speelt dat in je hoofd en beter ook, want een moment van onachtzaamheid en hij zal je bijten. Gemeen... De eerste rit vanaf de importeur naar huis deed mij dan ook verbleken. Vol op het gas in eerste of tweede versnelling wil de motor alleen maar op zijn achterwiel en wel op een manier dat je het idee hebt achterover te klappen.
|
|
| VerbruikDe Aprilia liet gedurende de test zien een behoorlijk dorstig type te zijn. Met een gemiddeld verbruik van 1:12 zal deze motor geen zuinigheidsprijs kunnen winnen. Meest extreme verbruik was daarbij 1:10,6 en dat is iets waar je met de huidige prijsontwikkeling van benzine niet echt vrolijk van wordt. |
|
 |
|
|
 |
|
|
|
Hetzelfde gold voor de remmen, maar dan omgekeerd. Eén vinger aan de rem en je hebt het gevoel voorover te klappen. En dan de vering... of tenminste, wat voor vering door moet gaan. Leuk als je op een biljartlaken rijdt, maar ondanks de goede kwaliteit van Nederlandse wegen was het volop stuiteren met de Factory. Natuurlijk, het is allemaal instelbaar en naar eigen keuze en smaak af te stellen, maar de voorvork stelden we toch echt vraagtekens bij. Ondanks dat hier een superdeluxe Öhlins is gemonteerd, was hij duidelijk té licht qua demping. Door het gebrek aan uitgaande demping voel je alle hobbels direct in het stuur, terwijl het tekort aan ingaande demping maakt dat bij hard remmen de veer direct onderin zit en geen reserve meer heeft voor hobbels op te nemen. Iets wat ons duidelijk werd nadat we voor de fotoshoot er flink voor gingen zitten voor een paar vette stoppies. Nadat de vering door ons werd aangepast was het wel beter, maar optimaal kregen we de vork niet.
| Dit vonden we goed
Superlatieven
Vermogen
Handling Dit vonden we minder
Formaat
Constante dreiging
Zachte voorkant |
|

|